PERSBERICHT
- Connie Arnoldus
- 14 apr
- 3 minuten om te lezen
FADN roept op tot concrete stappen na excuses slavernijverleden
Amsterdam, 13 april 2026 – Tijdens een rondetafeldialoog op 11 april jl., georganiseerd door de Federatie Afro Diaspora Netwerk (FADN), is geconcludeerd dat de erkenning en excuses van de Nederlandse Staat en het Koninklijk Huis voor het slavernijverleden moeten worden vertaald in concrete en consistente beleidsmaatregelen.
Aanleiding voor de bijeenkomst was onder meer de onthouding van Nederland bij de stemming over VN-Resolutie A/80/L.48, waarin de trans-Atlantische slavernij wordt erkend als de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid. Deelnemers bespraken de implicaties hiervan voor de geloofwaardigheid van het Nederlandse beleid.
Centraal stond de vraag hoe erkenning en excuses zich verhouden tot concrete resultaten en welke vervolgstappen nodig zijn richting een breed gedragen Nationaal Herstelplan.
Sprekers benadrukten unaniem dat eenheid en gecoördineerd optreden essentieel zijn om politieke wil te versterken en duurzame vooruitgang te realiseren.
Voorzitter FADN Iwan Leeuwin onderstreepte het belang van dialoog, samenwerking en kennisdeling als fundament voor een gezamenlijke aanpak en een rechtvaardige toekomst.
Secretaris FADN Connie Arnoldus stelde dat excuses pas geloofwaardig zijn wanneer zij gepaard gaan met consequent handelen en consistente internationale positionering.
Hoofdspreker Dr. Barryl A. Biekman – voorzitter Landelijk Platform Slavernijverleden, associated member van de Caricom Reparations Commission plaatste de discussie in een internationaal juridisch kader en wees op de betekenis van VN-Resolutie A/80/L.48 als normatief fundament voor herstelrechtvaardigheid. Zij benadrukte dat de Nederlandse excuses zowel morele als juridische implicaties hebben en pleitte voor concrete vervolgstappen, waaronder juridische verankering en verdere uitwerking van herstelbeleid.
Zij lichtte toe, met verwijzing naar relevante paragrafen en artikelen inzake misdaadkwalificatie en genoegdoening, de belangrijkste verschillen toe tussen de Durban Verklaring en het Actieprogramma (2001) en VN-Resolutie A/80/L.48 (2026), mede in relatie tot de inhoudelijke verklaringen van het Nederlandse kabinet (2022) en het Koninklijk Huis (2023) bij het aanbieden van de excuses.
Volgens haar bevestigen deze Nederlandse verklaringen in essentie de kwalificaties zoals vastgelegd in Resolutie A/80/L.48. De onthouding van Nederland bij de stemming kan in dat licht worden geïnterpreteerd als inconsistent en als een terughoudende positie ten aanzien van deze erkenning.
Zij benadrukte dat een oprechte verontschuldiging vraagt om ondersteuning van passende juridische en beleidsmatige vervolgstappen. In dat kader stelde zij dat onthouding niet als louter neutraal kan worden beschouwd, maar vragen oproept over de mate van opvolging.
Voorts wees zij erop dat, hoewel resoluties van de Algemene Vergadering formeel niet-bindend zijn, Resolutie A/80/L.48 kan worden gezien als een belangrijke normatieve ontwikkeling binnen het internationaal gewoonterecht. Dit biedt volgens haar aanknopingspunten voor belanghebbende partijen, zoals CARICOM, de Afrikaanse Unie en het maatschappelijk middenveld, om vraagstukken rond herstelrechtvaardigheid verder te positioneren binnen een zich ontwikkelend juridisch kader.
Mw. Modi Ntambwe (Human Rights, Gender, Migration, Culture, Innovation & Development; EPAF-PAD Belgium Chapter) illustreerde aan de hand van concrete voorbeelden de kracht en meerwaarde van eenheid binnen de Afrikaanse diaspora. Zij benadrukte daarbij het belang van samenwerking en gezamenlijke strategievorming door sleutelpersonen en organisaties.
In zijn interventie bevestigde Zijne Excellentie ambassadeur Ricardo Panka het belang en de noodzaak van bundeling van krachten. Hij verwees daarbij naar een procesmatige aanpak die aansluit bij de door Dr. Barryl Biekman geschetste benadering en die herkenbaar is binnen de Nederlandse context, waarin het zogenoemde poldermodel internationaal bekendstaat als effectief instrument voor consensus en samenwerking.

Statement Federatie Afro Diaspora Netwerk
De Federatie constateert dat verdere stappen noodzakelijk zijn om de erkenning van het Nederlandse slavernijverleden volledig tot zijn recht te laten komen. Woorden en daden dienen daarbij aantoonbaar met elkaar in overeenstemming te worden gebracht.
Als verbindend en coördinerend platform zet de Federatie zich, conform haar doelstellingen, in voor het samenbrengen en versterken van organisaties en initiatieven binnen de Afrikaanse diaspora. Vanuit deze rol wordt actief ingezet op bundeling van krachten, kennis en perspectieven, gericht op het effectief behartigen van gezamenlijke belangen.
Er wordt gestreefd naar een proces waarin in eenheid en gezamenlijkheid, gecoördineerd en gestructureerd, wordt gewerkt aan een hersteltraject dat leidt tot concrete en duurzame resultaten. Daarbij ligt de focus op de ontwikkeling van een breed gedragen Nationaal Herstelplan, gebaseerd op gezamenlijk vast te stellen prioriteiten en thema’s.
Opgeroepen wordt tot een aanpak waarin betrokken gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en beleidsmakers gezamenlijk optrekken, met als doel te komen tot een rechtvaardige en toekomstgerichte invulling van herstel.
Voor meer informatie: Iwan LeeuwinVoorzitter Federatie Afro Diaspora Netwerk (FADN)
M: 0031 9)) 6-83008961
Einde persbericht







Opmerkingen